|
Theorie opwerken biogas
Biogas is een mengsel van methaan en kooldioxide. Dit gas kan na beperkte behandeling meestal direct gebruikt worden in gasmotoren en ketelbranders met aangepast gasregelsysteem. Indien het gas via het gewone aardgasnet gedistribueerd moet worden, zal de kwaliteit van het gas eerst verbeterd moeten worden. Een uiterst belangrijke voorwaarde voor leverantie aan het aardgasnet is, dat de verbrandingseigenschappen overeen moeten komen met die van het aardgas van het betreffende aardgasnet. Alleen dan kunnen de gastoestellen, die op het aardgasnet zijn aangesloten, probleemloos werken ongeacht de mengverhouding tussen groen gas en aardgas. De verbrandingseigenschappen van het gas worden uitgedrukt in de zogenaamde Wobbe-index. Om dezelfde Wobbe-index als aardgas te krijgen, moet een groot deel van de CO2 in het biogas worden verwijderd. Daarvoor staan verschillende processen ter beschikking:
Alle drie technieken worden al in Nederland toegepast. De keuze voor een techniek wordt bepaald door investeringen, energiekosten, onderhoud en methaanverliezen. Bij opwerking voor gebruik als autobrandstof, is niet de Wobbe-index maar het methaangehalte bepalend. Hoe hoger het methaangehalte, hoe groter de actieradius van de auto. Naast de verbrandingseigenschappen is ook het vochtgehalte van het gas van groot belang. Om te voorkomen dat er condenswater in de gasleidingen en apparatuur ontstaat, wordt aardgas gedroogd tot een dauwpunt van min 40 ºC. Het groene gas, dat in het aardgasnet wordt geïnjecteerd moet aan dezelfde eisen voldoen. Omdat biogas over het algemeen verzadigd is met waterdamp is een goede gasdrooginstallatie onontbeerlijk. Tenslotte moeten de verontreinigingen in het groene gas zoals zwavel, chloor en fluor onder de maximum waardes blijven, die door het aardgastransportbedrijf (in Nederland Gastransport Services te Groningen) worden gehanteerd. Normaal wordt het gas gereinigd met een actief koolfilter. Als er veel zwavel in het gas aanwezig is, dan is ook een ontzwavelingsinstallatie noodzakelijk. Hiervoor zijn in de laatste jaren verschillende technieken ontwikkeld. Als het groene gas helemaal voldoet aan de specificaties, kan het worden toegevoerd aan het aardgasnet. Daartoe moet uiteraard de druk van het groene gas boven die in het gasnet liggen. Daarvoor is een gascompressor nodig, die energie verbruikt. Om dit verbruik te beperken is het aantrekkelijk om in een lagedruk gasnet te injecteren. Daarbij moet wel gekeken worden naar de minimum afname van dit gasnet op zomerdagen. Er kan niet meer groen gas worden toegevoerd dan het verbruik aan gas achter een reduceerstation.
Extra: brochure 'Biogas upgrading and utilisation 1999', IEA Bioenergy. Hier bekijken in pdf>> |